Gespeeld of niet gespeeld, dat is de vraag

In mijn vorige blogpost heb ik een onderscheid gemaakt tussen teksttheater en speltheater. Ook heb ik uitgelegd waarom ik zelf spelthater verkies. Nu is de vraag: is er nog een toekomst voor teksttheater? Wat moeten we daarmee aanvangen? 

Je zou kunnen stellen dat teksttheater volledig achterhaald en ouderwets is. Verzamel alle repertoirestukken in een grote bibliotheek en verban ze uit het theater! Nee, dat zou een ramp zijn. Klassieke stukken kunnen ons nog altijd zoveel bijbrengen. Van Sophocles tot Tsjechov bieden vele stukken een uitzonderlijke kijk op de menselijke aard. We reizen dezer dagen dan wel naar de maan, maar in wezen in de mens niets veranderd. Geen enkele reden om die stukken te verbannen dus. 
Wat wel een relevante vraag is, is hoe theatermakers met de repertoirestukken moeten omgaan. Hier zie ik twee duidelijke wegen. De eerste weg is resoluut kiezen voor het verhaal en de tekst. In dat geval zal men zo letterlijk mogelijk in scène brengen wat de schrijver voor ogen had. Dit is een goede manier voor de overlevering van de tekst, maar echt over vrije kunst kunnen we hier niet spreken. Ook voor het publiek is dit naar mijn mening de minst interessante vorm. Een klassieke uitvoering van een repertoirestuk is net als wandelen op het Forum Romanum. Dat is een, misschien twee keer interessant, maar daarna heb je het ook wel gezien. 

De tweede weg is een hedendaagse uitvoering van een klassiek stuk. Hiervoor zou ik even de parallel willen trekken met opera. Daar kiest men altijd voor deze weg. Dat is het gegeven van opera: de muziek en de tekst liggen vast. Operazangers zijn meestal gespecialiseerd in een welbepaalde rol. Dus als je meerdere keren naar Carmen van Bizet gaat kijken, is de kans groot dat je niet alleen dezelfde muziek te horen krijgt, maar ook dezelfde zangers. Toch zie je twee totaal verschillende Carmens. Dat komt omdat de enscenering volledig vrij staat voor interpretatie van de regisseur.  Dat geeft regie en belangrijk statuut. Het publiek kent het stuk en kent het verloop van het 'klassieke' verhaal. Elke dramaturgische ingreep kan men dan ook opmerken. 

Dat zien we ook in theater vaak gebeuren. De tekst van een repertoirestuk wordt bijna integraal behouden en toch zien we een visie op het stuk, zien we nog een andere kunstenaar aan het woord dan de toneelschrijver. Hier kunnen we spreken over een vrije kunst. De regisseur, acteurs, scenografen, … zoeken. Ze zoeken naar wat dit stuk voor hen betekent. Ze zoeken zichzelf, hun maatschappij, vormen zich een mening over het stuk. Ze zijn niet langer de neutrale uitvoerende kunstenaars die alleen maar de tekst leren, de rol spelen en dan naar huis gaan. Nee, in deze vorm wordt elke keuzes bewust gemaakt. Als hier en tapijt en een zetel op de scène staan, is daar over nagedacht en is dat gen uitvoering van de eeuwenoude regieaanwijzing X en Y zitten in de zetel en praten wat terwijl Z binnenkomt. Als je op die manier naar theater kijkt, zal je bewuster kijken.  

Misschien is dat de reden dat ik, als één van de weinigen Hamlet van Lisaboa Houbrechts & Kuiperskaai een goed stuk vond. Ik voelde dat er was nagedacht. Dat er was gezocht. Dat elke keuze, ook al begreep ik die zeker niet allemaal, en bewuste keuze was. Het stuk ging voor de makers over meer dan enkel over het verhaal van Hamlet en zijn behoorlijk problematische gezinssituatie. Alleen al omdat de acteurs echt familie waren, krijgt het stuk een extra dimensie. Ik herinner mij een beklijvende dialoog tussen Gertrude en Hamlet, tussen moeder en zoon. Zoon zegt: ‘jij bent mijn moeder niet meer. Ik ken u niet.’ Ik ben niet eens een moeder en toch beeldde ik mij in hoe hard het moet zijn om zoiets te horen van je eigen zoon, gespeeld of niet gespeeld.  

Dat is waar het stuk voor mij over ging: niet “zijn of niet zijn”, maar spelen of niet spelen. De constante vraag gespeeld of niet gespeeld. Velen zeggen overduidelijk gespeeld en zelfs niet goed gespeeld. Volgens een klasgenoot (ik denk dat het Mathias was) miste het geheel volledig zijn doel omdat de tekst totaal niet geloofwaardig overkwam. Dat Hamlet zijn tekst voortdurend, bijna zonder enige emotie roept, lijkt mij alweer een keuze van de regie. Een tekst roepen, dat doe je toch niet zomaar? Volgens mij wil Lisaboa Houbrechts het onvermogen van Hamlet tonen, zijn onvermogen om nog grip te krijgen op de hele situatie, zijn onvermogen om zich nog met woorden (words, words, words) uit te drukken terwijl hij vanbinnen wordt verscheurd en vooral zijn onvermogen om de realiteit nog als een realiteit te beschouwen. Gespeeld of niet gespeeld? Gespeeld, Victor Lauwers speelt een Hamlet die zichzelf moet spelen, omdat er in feite niks meer van hem overeind blijft. 



Je kan het hele stuk ook zien als en kritiek op het medium theater. Wanneer Hamlet namelijk de situatie wil uitleggen aan zijn moeder door middel van en toneelstuk (de scène van de foto hierboven), spreekt Polonius de woorden: ‘Een toneelstuk, leuk zeg. Wat ga je daarmee oplossen?’ Hier viel de puzzel voor mij in elkaar. Daarom waren er geen coulissen, was het podium groot en leeg en spraken de acteurs voortdurend met hoogdravende woorden die niet spoorde met de manier waarop ze die zeiden. Zo dringen de makers het stuk terug naar: ‘Kom, we gaan een toneeltje spelen!’ Dat doen ze in het volle bewustzijn dat ze aan het spelen zijn. Ze spelen dat ze aan het spelen zijn. Zo toont Houbrechts niet alleen Hamlets onvermogen, dat al in de tekst zit, maar ook het onvermogen van het medium. Het onvermogen om effectief iets op te lossen. Straks gaan de lichten aan en is de hond van mijn buurvrouw nog altijd even dood en vallen er nog steeds bommen op een of ander oorlogsdorp. Maar ook het onvermogen om zo’n alles verterend verdriet te vatten, wat zeker als jonge maker geen evidentie is. Op die manier is het stuk duidelijk een afspiegeling van de zoektocht van de regisseur. Een zoektocht nar Hamlet en een zoektocht naar zichzelf. 

Niet alle keuzes waren geslaagde keuzes, zeker niet. Soms lijkt het stuk zelfs geheel uit de bocht te vliegen, maar het wordt staande gehouden door de ijzersterke beeldtaal. Dan kan je de acteurs en de manier waarop die spreken nog zo hard haten als je wil, de scenografie staat er. Het is duidelijk: over dit stuk is nagedacht. 

Reacties

  1. Goed dat je Hamlet van Lisaboa Houbrechts & Kuiperskaai boeiend vond.
    Visueel was het zeker een sterk stuk. Ook ontbrak het niet aan enthousiasme en spelplezier bij de acteurs. Zo meteen meer hierover.

    Zelf ben ik ook heel erg visueel ingesteld, maar ik vind teksttheater daarom niet minder interessant. Ik heb in Vlaanderen al erg sterk teksttheater gezien. En dat is vaak niet persé klassiek of niet visueel aangepakt. Guy Cassiers slaagt er regelmatig in om teksttheater ook visueel sterk te maken. Het is wel wat wennen aan zijn aanpak, want het werken met veel live videobeelden zorgt wel voor een behoorlijk statisch, erg gestileerd spel. Teksttheater staat of valt natuurlijk wel met de tekst. Als je ooit de kans krijgt om een klassiek stuk te zien met een herschreven versie van de tekst door Tom Lannoy, dan moet je zeker gaan kijken. Zo mooi - die teksten, zeker als de acteurs het juiste ritme vinden…

    Maar terug naar Lisaboa’s Hamlet. Ik zag het stuk twee keer. De eerste was een doorloop. Die duurde zo'n half uur langer dan het uiteindelijke stuk. Achteraf bleek spijtig genoeg deze té lange versie toch de betere. Er werden enkele sterke stukken weggeknipt. Voornamelijk van de extatische eindscène bleef weinig overeind.
    Grappig is wel (dat lees ik nu pas) dat Lisaboa actrice Grace Ellen Barkey vroeg om de rol van Gertrude te vertolken, samen met haar zoon Victor Lauwers, als prins Hamlet, en haar dochter Romy Louise Lauwers, in de rol van Ophelia. M.a.w. een écht familiedrama.

    Visueel had de voorstelling zeker veel te bieden, maar om echt goed te worden bleef de tekst, wat mij betreft, het zwakke punt. De vertaling van Victor Lauwers (de acteur die Hamlet speelt) kan mij, op enkele sterke momenten na, niet echt boeien en blijft in zijn geheel wat mager en wisselvallig. Spijtig, want alle ingrediënten waren aanwezig om tot een sterke voorstelling te komen!

    Ik geef hieronder nog de feedback mee, die ik na de doorloop doorgaf aan het toneelhuis.



    BeantwoordenVerwijderen
  2. Feedback Hamlet

    Hieronder doe ik (Gunter Heynen) een poging om opmerkingen en bedenkingen te formuleren over de doorloop/try-out van vorige woensdag. Ik tracht de gedachten en bevindingen te verwerken van 6de jaar leerlingen (17 – 18 jarigen) van de!Kunsthumaniora, van enkele collega’s en van mezelf.
    (Om een juiste inschatting te maken geef ik dit mee: onze leerlingen hebben geen tot zeer weinig ervaring met theater. Mezelf (en ik denk dat dit voor de collega’s vergelijkbaar zal zijn) beschouw ik als een theaterliefhebber die (de voorbije 30 jaar of zo) meermaals per jaar naar theater- en dansvoorstellingen gaat kijken. Laat ons stellen de geïnteresseerde, ervaren toeschouwer, maar verre van een specialist).

    Als beeldende kunstrichting, zijn we met zijn allen zeer blij met deze zeer visuele voorstelling. Ieder van ons is enthousiast over de kostuums, de scenografie, de vele sterke, poëtische en ontroerende beelden. Mooi!
    Deze vele visuele aspecten dragen in belangrijke mate bij in de ervaring van het stuk. Onze leerlingen zijn weliswaar zeer beeldend ingesteld, maar ik vermoed dat de gebruikte beeldtaal en het creatieve gebruik ervan door de acteurs zeker ook een jong publiek erg kan aanspreken (Uiteraard niet enkel jonge mensen). Sommige leerlingen hadden het lastig met de duur van voorstelling en het aanhouden van de aandacht en voor deze groep hielp het visuele aspect heel erg om toch de aandacht erbij te houden.

    Er waren enkele leerlingen die geraakt werden door het soms poëtische taalgebruik in de tekst. Persoonlijk vind ik ook dat de tekst bij momenten sterk was, maar niet de hele tijd. Of dat aan de vertaling ligt of komt door het spel (alles stond in de doorloop uiteraard nog niet helemaal op punt) is me na één keer kijken niet helemaal duidelijk?

    Het relatief minimale gebruik van dans en choreografie draagt zeer zinvol bij tot de poëtische, suggestieve en beeldende kracht van de voorstelling.

    Uitspraken doen over het spel, betekend inzomen en wordt misschien kritischer en persoonlijker naar de acteurs toe? Tegelijk wordt de regisseur in zijn keuzes aangesproken. Weet dat ik heel veel respect heb voor creatieve mensen en dat wat hieronder volgt altijd constructief bedoeld is. Dit zijn ook bedenkingen van leken, eerder intuïtief zonder echt kennis van zaken. Het is wat het is.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Veel van de acteurs spreken met een soort van (vergeef me het woord) ‘spraakgebrek’ (ik kan het niet anders omschrijven?) soms ook een dialectische tongval. Dit zal wellicht een keuze zijn, maar het is ons niet echt duidelijk wat daar de meerwaarde van is? Bij de grafdelver is dat wel op z’n plaats en kon ik dat wel pruimen, maar elders is het veelal eerder storend.

    Heel sterk was de acteursprestatie van Gertrude, Hamlets moeder. Op alle vlak: beweging, spel, inleving, tekstbeheersing, uitspraak en intonatie waren heel naturel en niet geforceerd, drukte de juiste emoties uit. Mooi.

    Ophelia was ook zeer goed, subtiel en voldragen. De eindscene met deze actrice in de rol van de nieuwe jonge koning (is dat Fortinbras?) is echt indrukwekkend!

    Hamlet was nog wisselvallig. Bij momenten sterk, maar soms ook helemaal niet. Uiteraard is dit geen evidente rol. Tekstbeheersing stond nog niet op punt. Uitspraak niet altijd even verfijnd. De expressieve mimiek overtuigde dan weer wel.

    Koning Claudius zat goed in de beweging en handeling van het personage als eerder zwakke figuur. In de eerder suggestieve acteer momenten zat het zeker goed en bij momenten ook sterk, maar de uitspraak van de tekst vonden we heel slordig, zodanig dat hij de helft van de tijd onverstaanbaar sprak.

    De kleinere rol van Laertes, de broer van Ophelia springt er allesbehalve uit. Dit stoorde niet echt, maar kan wel overtuigender.

    Over de rol van Polonius, de vader van Ophelia is ieder van ons het roerend eens. Dit is de zwakke schakel in het stuk. Veel goeds kunnen we er niet over zeggen. Dit zegt niet persé iets over de kwaliteiten van de actrice, want de verantwoordelijkheid kan volledig bij de regie liggen?
    Dit personage wordt de hele tijd in overdrive gespeeld. Er is het overheersende ‘spraakgebrek’/ de geforceerde stemvervorming. Tot aan zijn dood wordt het personage gekenmerkt door ‘overacting’. De intonatie van de tekst is er de hele tijd ‘over’. Er worden zinnen gebruld en geschreeuwd, waar we de zin ervan niet begrijpen! Allemaal vonden we het personage de hele tijd storend en irritant. Misschien is het zo bedoeld, omdat ook in het stuk Polonius een praatzieke oude dwaas is? Toch kan de manier waarop dit gespeeld wordt ons niet overtuigen. Hopelijk wordt dit finaal nog helemaal anders aangepakt?

    Wat we allemaal prima vonden was het gebruik van humor. Misschien werd dit nog niet altijd helemaal optimaal uitgebuit? Het is interessant te spelen met de soms dubieuze manier waarop de humor wordt gebruikt: grappig soms op niet zo’n grappige momenten, waardoor de wrangheid harder binnenkomt. Of in het stuk ‘over’-dramatische situaties die door humor relativerend verwerkt worden.

    Het samenspel stond in onze ogen zeker nog niet helemaal op punt. We zagen dan ook maar een doorloop. Er waren vele sterke beelden en momenten, maar er werd nog niet helemaal in geslaagd om het de hele tijd scherp te houden. Het geheel bleef soms nog slordig en wat onsamenhangend. Misschien is er nog wat ballast dat overboord kan worden gegooid?

    Toch zijn we overwegend positief over het geheel. We zijn ervan overtuigd dat alle ingrediënten aanwezig zijn om tot een sterke voorstelling te komen!

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Ceci n'est pas un Tuymans

Vacature: troonopvolger God