Onze boot, onze ziel? – de verzamelwoede van het Westen

Deze woensdag toen ik aan het scrollen was door Facebook, moest ik aan Lyotard denken. De reden was een artikel van de BBC (link onder blogpost) waarin stond dat er op de Biënnale van Venetië een scheepswrak getoond zou worden. Dat is het restant van een ramp in 2015 waarbij tussen de 700 en 1100 vluchtelingen om het leven kwamen. 

De Zwitsers-IJslandse kunstenaar Christoph Büchel stelde voor om het wrak op de Biënnale tentoon te stellen. Het zou het publiek confronteren met de vluchtelingencrisis. Zelf noemt hij het “a relic of a human tragedy but also a monument to contemporary migration”.  De naam van ‘het werk’ (?) is Barca Nostra, onze boot. 

Dit zou je kunnen bekijken als een prachtig voorbeeld van wat Lyotard de esthetisering van het Westen noemt. “De esthetica”, schrijft hij, “is de modus van een beschaving die door haar idealen in de steek is gelaten. Ze cultiveert het genoegen om die idealen voor te stellen. Ze noemt zichzelf dan cultuur” Dat is exact wat hier gebeurt. Waar is het Wir-shaffen-das-ideaal gebleven? In een verrechtsende samenleving volstaat het blijkbaar een ‘monument’ achter te laten voor de slachtoffers. Dat vervangt wat we echt hadden moeten doen: deze ramp voorkomen.  


De lege kerken die musea geworden zijn, het Forum Romanum, parken in Duitsland waar opgebouwde ruïnes staan – een ode aan een romantisch ideaal? – of zelfs de open vlaktes van waar ooit concentratiekampen waren die als waarschuwing, als smeekbede bewaard worden: ‘alsjeblieft, laat dit nooit meer gebeuren’ en nu dus ook Barca Nostra. Europa wordt een plakboek van het verleden, een openluchtmuseum. Dat is wat Lyotard ervan vindt. Zelf weet ik niet zo goed wat ik ermee moet. Ik voel iets knagen als ik die boot zie, dat wel. Ik denk dat veel afhangt van de context waarin het gesitueerd wordt. Ik neem even het voorbeeld van het concentratiekamp terug, omdat dat het meest extreme voorbeeld is. Ik denk dat het allen maar zijn waarde heeft een concentratiekamp te bezoeken als dat bezoek juist gekaderd is. Buchenwald, het concentratiekamp dat ik zelf ooit bezocht heb, is geen plaats voor een gids die dag in dag uit van negen tot vijf dezelfde tekst aframmelt tot ze weer naar huis mag. Het is een plaats om, in het volle besef van wat er gebeurd is, stil te staan.  

De Biënnale blijkt niet echt de juiste plaats te zijn voor onze Barca Nostra. Adrian Searle, kunstrecensent bij The Guardian schrijft immers: "The best one can say of Büchel's intervention is that it brings us face to face with death. Biennale visitors pause to take selfies in front of it." 
Die selfie is voor mij dan weer het bewijs van hoe de esthetisering niet alleen ons landschap is binnengedrongen, maar ook ons persoonlijk leven. Kijk naar alle selfies op sociale media. Dit is onze cultuur. Lyotard schreef al voor er nog maar sprake was van de selfie dat narcisme inherent is aan een cultuur. Zijn begrip cultuur gaat ook uit van een idealisering van de werkelijkheid. Ook dat is toepasbaar, lijkt me. Het is een regelrecht cliché, maar het is wel waar: op sociale media lijkt iedereen gelukkig en perfect. Daar ben je je maakbare zelf. Dat is voor Lyotard het essentiële verschil tussen kunst en cultuur. Cultuur maakt gelukkig, stelt gerust, confronteert je niet met lijden of sterfelijkheid. Dat doet kunst wel. 


Daarom is wat Searle schrijft zo erg. Het is de botsing tussen kunst en cultuur. Het is de kunst die ons face to face with death kan brengen. Ze kan ons wekken uit het alledaagse. Daarmee kent Lyotard de kunst een existentieel belang toe. Het wordt echter problematisch als de toeschouwers niet meer echt naar de kunst kijken, maar ermee omgaan zoals ze dat doen met cultuur. Op die manier zullen ze nooit tot de verschrikkelijke, maar diepgaande ervaring komen van het doorbreken van het alledaagse. Heidegger zou het Lichtung noemen. De link met de akelige voorspelling van Nietzsches onverschillige, laatste mens is ook hier weer gemakkelijk te leggen. De laatste mens maakt liever selfies dan dat zijn vredige leventje geweld wordt aangedaan door naar een kunstwerk te kijken. 
Natuurlijk kunnen we ons ook afvragen of het wel terecht is om Barca Nostra te benaderen als kunst. Eerder heb ik het immers als esthetisering (cultuur) besproken. Ik denk dat beide kanten te verdedigen zijn. Het kan onder cultuur vallen omdat men het wrak bewaart om het te bewaren, omdat we misschien wel voelen dat het een bepaalde ‘waarde’ heeft. Toch stelt het niet gerust, iets wat cultuur wel zou moeten doen. Daarom zou het dan weer kunst kunnen zijn. Het zou ons rechtstreeks kunnen confronteren met onze eindigheid. Op foto is het natuurlijk maar een reproductie waarbij je niets voelt, maar ik kan mij voorstellen dat het mij diep zou raken, als ik ernaast stond. Ik kan bijna niet vatten wat één mensenleven is. Hoe moet ik mij dan in godsnaam kunnen inbeelden wat honderden levens betekenen? Is dit dan het sublieme? Of is het platvloers voyeurisme? Misschien is de grens heel dun. 




Reacties

Populaire posts van deze blog

Ceci n'est pas un Tuymans

Vacature: troonopvolger God